Klezmer en Jiddische liederen  

‘Klezmer’ is afgeleid uit twee Hebreeuwse woorden:
klej’ = instrument en ‘zemer’ = lied.

 

Het is de benaming voor de oorspronkelijk instrumentale muziek die gespeeld werd bij bruiloften en andere feesten van de asjkenazische joden. De asjkenazim ofwel Duitse joden verspreidden zich vanaf de Middeleeuwen over Oost-Europa tot in de Oekraďne. In hun taal - het Jiddisch - is ‘de klezmer’ óók het woord voor de muzikant die zijn instrument laat praten, zingen en huilen. En ‘klezmorim’ is daarvan het meervoud.

 

Zowel in hun taal als in hun muziek is duidelijk de invloed van alle betreffende landen waar zij zich vestigden hoorbaar. Zo is het Jiddisch vermengd met bijvoorbeeld Poolse woorden en klinkt de muziek dan eens Roemeens, Hongaars of Russisch. Dit biedt de muzikant een grote vrijheid in interpretatie en improvisatie hetgeen de klezmermuziek dan ook typeert.

 

Meeslepende melancholische melodieën en vrolijke dansmuziek worden in het programma van Mejoeches met elkaar verenigd. Naast Jiddische liederen brengt Mejoeches momenteel ook liederen in het Ladino van de sefardische ofwel Spaanse en Portugese joden. De sefardim zijn als gevolg van de inquisitie uitgeweken naar Marocco, Joegoslavië, Bulgarije en Griekenland en ook zij hebben speelstijlen en melodieën uit al deze landen in hun eigen repertoire opgenomen. Mejoeches maakt zo ook wel eens een uitstapje naar Balkan- en Griekse muziek.

Martha Mulder zang "Shpil klezmorim! Shpil mit harts un mit gefil!"

"Shpil bis di strunes platsen!"

 

 

<BACK


UCS Unicorn Webdesign © ® 17-05-2009.